Terug naar het begin

Laat mij mijn eigen fouten maken
zo heb ik het altijd al gedaan
Kunstmatig geluk

Ik voel mijn hart flink tekeergaan. Ik ben niet bang, echt niet, alleen ontzettend zenuwachtig.
Ik sta alleen in de donkere ruimte die enkel van blauwe lichten is voorzien. Ik draai mij om en buig mijn gezicht naar de spiegel, leun met mijn handen op de wasbak en kijk naar mijzelf. Door het gekleurde licht zie je elk vlekje, sproetje en pukkeltje op je gezicht. Het ziet er een beetje eng uit.
Achter mij wordt er doorgetrokken en de deur van het slot gehaald. Een klein, stevig meisje stapt de wc uit. Haar gezicht is bedolven onder de sproeten, extra goed te zien in dit licht. Via de spiegel ontmoeten onze blikken elkaar, ik glimlach en maak plaats voor haar bij de wasbak. Ze lacht verlegen terug.
Ik draai me om, stap de het kleine hokje in, trek de deur achter mij dicht en ga op de wc zitten. Mijn broek houd ik aan.
Mijn handen trillen lichtjes als ik de hals van mijn shirt omlaag trek en het kleine plastic zakje uit de ruimte, waar normaal gesproken de vulling zit, van mijn BH haal.
Het ziet er anders uit dan ik verwacht had.

Ik haal nog een paar keer diep adem, in door mijn neus, uit door mijn mond, in de hoop om mijn hartslag wat omlaag te krijgen, maar het lukt niet echt.
Ik hoor stemmen en voetstappen dichterbij komen en er lopen twee meisjes, of misschien zijn het er wel meer, dezelfde ruimte in. Dan besluit ik het gewoon te doen.

Misschien jij wel,
misschien altijd wel.
Ik zou graag alles met je delen
al is het maar voor één dag.
Zeg dan wat!
En toen ik vanochtend wakker werd
schoot het me te binnen.
Ik weet wat me te doen staat en ik weet dat ik het kan.
Nu wel.

Dit voelt nieuw.
Kunstmatig geluk
Weet je nog die ene keer?
Zo wil ik mij weer kunnen voelen.
Ik verlang naar je

Ik houd ervan als je mijn naam schreeuwt.
Dat geeft me het gevoel dat je me nodig hebt.

Ik houd ervan om je vast te binden aan de metalen spijlen van het bed, het ruwe touw strak om jouw polsen getrokken.
De blauwe plekken die de volgende ochtend zichtbaar zijn.

Ik houd ervan om jouw billen tegen mijn bekken te zien stoten, mijn handen ruw op jouw heupen.
De rode afdrukken die verschijnen, nadat ik mijn vlakke hand hard op jouw kont laat neerkomen.

Ik houd van mijn nagels in jouw huid, jouw vlees.
De striemen die nog een paar dagen op jouw rug blijven staan.

Ik houd van mijn handen om jouw nek.

Je vertrouwt me, geeft je elke keer weer aan mij over. Jouw lot in mijn handen.
Maar vannacht zijn we te ver gegaan. Ben ik te ver gegaan.

Nu lig je naast me op je rug, je polsen nog steeds vastgebonden aan het bed.
Je beweegt niet. Al een tijdje niet meer.

Ik houd van jou, maar ik denk dat het nu te laat is.

Waarom kan ik niet gewoon gelukkig zijn.
Jouw sterke handen die mij mijn adem ontnemen, net zoals de eerste keer dat ik je zag.
Voorgoed, dit keer